Fijn stof nader bekeken

 

Onder deze titel heeft het RIVM in samenwerking met het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) een dossier samengesteld over de zekerheden en onzekerheden met betrekking tot fijn stof. Aan dit onderwerp wordt in de pers momenteel veel aandacht besteed en de berichten over de gevaren van fijn stof spreken elkaar nogal eens tegen. Daarom is het goed dat de nuchtere feiten nu eens duidelijk op een rijtje zijn gezet.

Hieronder vindt u een korte samenvatting daarvan; het volledige rapport is te bekijken op de website van het MNP: http://www.mnp.nl/nl/publicaties/2005/fijn_stof_nader_bekeken.html

Wat weten we zeker in het dossier fijn stof?

 

* Fijn stof in de lucht kan leiden tot een scala aan gezondheidseffecten waaronder vroegtijdige sterfte. Samenhangend met kortdurende blootstelling aan fijn stof sterven in Nederland per jaar naar schatting enige duizenden mensen. De duur van de levensverkorting is gering.

* Om deze gezondheidsrisico’s te verminderen heeft de Europese Unie luchtkwaliteitsnormen in de vorm van grenswaarden voor fijn stof vastgesteld. Aan deze grenswaarden moet vanaf 1 januari 2005 in alle lidstaten voldaan worden. De grenswaarden gelden ook in die gebieden waar geen mensen wonen.

* Fijnstofconcentraties worden in Nederland gemeten volgens de in de Europese regelgeving voorgeschreven wijze. Het toegepaste meet- en modelinstrumentarium heeft een betrouwbaarheid die voldoet aan de voorwaarden van de Europese regelgeving.

* De concentratie fijn stof in de lucht is tussen 1992 en 2003 met gemiddeld 1 µg/m3 per jaar afgenomen. De totale daling in de concentratie sinds 1994 bedraagt 25%.

* In de periode 1990-2003 is de Nederlandse emissie door bekende bronnen van fijn stof en gassen waaruit fijn stof in de lucht gevormd kan worden, fors afgenomen. Dit komt doordat er in Nederland al veel maatregelen, zoals de overschakeling van olie op aardgas, genomen zijn.

* Uit metingen en modelberekeningen blijkt dat in beperkte mate overschrijding van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie (40 µg/m3 ) voorkomt.

* De grenswaarde voor de daggemiddelde concentratie (niet meer dan 35 dagen per jaar overschrijding van een daggemiddelde concentratie van 50 µg/m3 ) wordt in grote delen van Nederland overschreden.

* In bijna alle steden in Europa worden overschrijdingen waargenomen. De overschrijdingen vinden in Nederland, België, Duitsland en Italië in een groter gebied plaats dan in andere lidstaten.

* Zeker 45% van de gemiddelde fijnstofconcentratie in Nederland is van antropogene herkomst (door mensen teweeggebracht). De overige 55% bestaat voor een groot deel uit bijdragen van zeezout, bodemstof, en niet bekende of onjuist ingeschatte bronnen.

* Naar schatting tweederde deel van het antropogene fijn stof is afkomstig uit buitenlandse bronnen en eenderde deel heeft een Nederlandse herkomst. Echter, in drukke straten kan, vooral door de invloed van het lokale verkeer, de Nederlandse bijdrage oplopen tot 30-45% van de concentratie.

* Ondanks de hoge bijdrage uit het buitenland is Nederland netto exporteur van fijn stof. De Nederlandse export van fijn stof is drie maal zo groot als de import.

 

Wat zijn de onzekerheden in het dossier fijn stof?

 

* Niet alle gezondheidseffecten zijn bekend. Er zijn aanwijzingen dat naast de kortdurende blootstelling vooral de langdurende blootstelling aan fijn stof gezondheidseffecten veroorzaakt. Schattingen lopen uiteen van mogelijk tienduizend tot enige tienduizenden mensen, die ongeveer tien jaar eerder overlijden. Dit versterkt de relevantie van de huidige grenswaarden.

*  De Europese luchtkwaliteitsrichtlijn laat ruimte voor meerdere bestuurlijke en technische interpretaties. Dit leidt tot verschillende implementaties in de lidstaten waardoor er in Europa geen eenduidig beleid is in de bescherming van de gezondheid.

* Het modelinstrumentarium berekent overschrijdingen met een onzekersheidsmarge van maximaal 50%. De mate van overschrijding van de grenswaarden krijgt hierdoor ook een onzekerheidsmarge. In de juridische afweging worden deze onzekerheden niet meegenomen. De middenschatting wordt voor toetsing aan de grenswaarden toegepast en metingen en modelresultaten worden absoluut gehanteerd.

* Gezien de grote onzekerheden bij de vaststelling van de fijnstofconcentraties bestaat het risico, dat bouwprojecten worden opgeschort waar de geschatte concentratie net boven en de werkelijke concentratie juist onder de grenswaarde ligt. Omgekeerd bestaat het risico dat projecten juist doorgang vinden op locaties waar de geschatte concentratie net onder, maar de werkelijke concentratie boven de grenswaarde ligt. Dergelijke risico’s zijn inherent aan milieuproblemen waarbij concentraties rond het niveau van de grenswaarde liggen.

* Nederland voldoet nu en in de nabije toekomst niet aan de grenswaarden van de Europese Unie. Te verwachten is dat de Europese Commissie zal verlangen dat Nederland alles dat redelijkerwijs aan beleidsmaatregelen mogelijk is, zal inzetten. Wat ‘redelijkerwijs’ inhoudt, is nog onduidelijk.

 

Hoe verder?

    

*  Door verdere reductie van de emissies in Nederland en vooral in het buitenland zal de luchtkwaliteit in Nederland verder verbeteren. Niettemin zal de grenswaarde voor daggemiddelde concentraties de komende jaren langs rijkswegen en in binnensteden naar verwachting worden overschreden. Voor het voldoen aan de grenswaarde leiden de onzekerheden in het fijnstofdossier nu niet tot beleidsmaatregelen waar men achteraf spijt van zou krijgen. Aangezien er ook gezondheidseffecten zijn als de grenswaarde onderschreden wordt, is de bescherming van de gezondheid bij iedere maatregel gebaat.

*  Het Nederlandse beleid is gebaseerd op de combinatie van metingen en rekenmodellen om daarmee een zo goed mogelijk beeld van de werkelijkheid te krijgen. In veel andere landen wordt volstaan met interpretaties op basis van louter metingen. De keerzijde daarvan is dat een onderschatting van de werkelijke toestand optreedt. Evenmin kunnen toekomstige situaties worden beoordeeld op basis van metingen.

* De huidige grenswaarden maken geen onderscheid tussen de fracties van fijn stof: alle fracties worden als even gezondheidsrelevant behandeld. Door het buiten beschouwing laten van niet-schadelijke fijnstoffracties van natuurlijke oorsprong, zoals zeezout, worden grenswaarden eerder gehaald en kunnen ruimtelijke beperkingen voor een klein deel worden opgeheven. De gezondheidsrisico’s van fijn stof worden daardoor echter niet kleiner.

* Het fijnstofprobleem is door Nederland alleen niet zonder meer oplosbaar. Hiervoor is een Europese aanpak nodig. Aanvullend Europees bronbeleid – gericht op het terugdringen van met name de verkeersemissies – is kosteneffectief voor Nederland. Zowel de binnenlandse vervuiling wordt daardoor gereduceerd, evenals de import van verontreiniging vanuit het buitenland. Om aan de grenswaarden te voldoen zal Nederland ook zelf aanvullende maatregelen moeten treffen. Dit komt doordat Nederland een dichtbevolkt land is met veel industrie en verkeer.

* Hoewel het nog onduidelijk is welke fracties het meest gezondheidsrelevant zijn, zijn er aanwijzingen dat verkeersemissies een belangrijke rol spelen. Een beleid dat aangrijpt op het roetdeel van fijn stof is gezondheidskundig zinvol en lijkt een hoog ‘no regret’ karakter te hebben. Echter, andere elementen van de verkeersemissies moeten in dit kader ook worden beschouwd.